53a. Een van de bloemkroonbladeren is tot een lip vervormd, zoodat er
behalve de lip nog 3 kelkbladeren en 2 bloembladeren aanwezig zijn;
1, zelden 2 meeldraden met den stijl vergroeid, stuifmeel meestal in
klompjes. Meest epiphyten 50. Orchidaceae.
53b. De lip wordt gevormd door een vervormde meeldraad, zoodat alle 3
de kelkbladeren en de 3 bloembladeren aanwezig zijn; bovendien soms nog
2 staminodiën. Meeldraad één, met poedervormig stuifmeel. Landplanten
met knollen of wortelstokken 46. Zingiberaceae.
54a. Bladeren met een verdikt gedeelte van de bladsteel onder
de bladschijf; vaak scheef aan den top. In elk hokje van het
vruchtbeginsel maar een zaadknop. Bloemen vrij klein (hoogstens 2 cM.)
48. Marantaceae.
54b. Bladsteelen onder de schijf niet met een verdikt
gedeelte. Meerdere zaadknoppen in elk hokje van het
vruchtbeginsel. Bloemen groot. 47. Cannaceae.