Bloemen meest tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemdek meest
3-tallig vergroeidbladig, bloemkroonachtig gekleurd; meeldraden 6-36,
zelden 5, vrij of met den stijl vergroeid; vruchtbeginsel onderstandig,
4- of 6-, zelden 5-hokkig met vele zaadknoppen; kruiden of heesters,
in het laatste geval windend; bladeren verspreid, meest enkelvoudig
zonder steunbladeren.
Klimplanten met enkelvoudige of 3-lobbige bladeren; bloemen in de
bladoksels met een vergroeidbladig, onregelmatig bloemdek; buis van
het bloemdek gekromd, aan den mond verwijd, aan de basis opgezwollen
Aristolochia.