156a. Bloemen meest 3-tallig met een 6-deelig bloemdek, zeer zelden
(Laurus) 4-tallig. Meeldraden 3, 6, 9 of 12, in verschillende rijen
binnen elkaar of 4 (Laurus); bladeren verspreid 102. Lauraceae.
156b. Bloemen 3- of 4-tallig; met een bekervormig bloemdek op
welks bodem de meeldraden onregelmatig zijn ingeplant. Bladeren
tegenoverstaand 101. Monimiaceae.
157a. Bloemen met 1 meeldraad in kransen rondom de bloeistengel gezeten
en zoo een aar vormend. Houtige planten met tegenoverstaande bladeren
7. Gnetaceae.
157b. Twee tot vele meeldraden, in enkele gevallen 1 meeldraad in de
bloem, maar dan staan de bloemen niet in kransen 158
158a. Meeldraden 4, afwisselend met 4 smalle staminodiën; bloemen met
4-tallig bloemdek, in korte aren in de bladoksels. Bladeren vleezig,
tegenoverstaand; strandplanten 60a. Batidaceae.
158b. Bloemen niet typisch 4-tallig, zonder staminodiën en bladeren
niet vleezig 159