5a. Vrucht met een deksel openspringend, waaraan een deel van de
middenzuil blijft vastzitten. Zaden met een lange en dikke steel
Lecythis. Kwatta-patoe.
5b. Deksel van de vrucht aan de binnenzijde zonder rest van de
middenzuil der vrucht. Zaden zonder steel, op den bodem van de
vrucht zittend Eschweilera. Kwatta-patoe.
6a. Helm der meeldraden van onderen aan het eind met staminodiën of
uitwassen bezet. Vruchtbeginsel 3-hokkig; vrucht lang
Couratari. Injie-pipa.
6b. Helm der meeldraden van onderen zonder staminodiën of
uitwassen. Vruchtbeginsel 4- tot meerhokkig Allantoma.