46. Zingiberaceae.

Bloemen meest met kelk en bloemkroon; tweeslachtig, zelden éénslachtig,

zygomorf; kelk en kroon 3-tallig, vergroeidbladig, van onderen met een

buis; slechts 1 meeldraad van de binnenste krans fertiel, daartegenover

een lip die gevormd wordt door 2 vergroeide staminodiën, soms ook

nog 2 andere staminodiën aanwezig; stijl zeer dun, in een gleuf van

de helmknop gelegen; vruchtbeginsel 3-hokkig met vele zaadknoppen;

vrucht meest een doosvrucht met 3 kleppen; overblijvende kruiden vaak

met een knolvormige wortelstok.

1a. Bloeiwijze bestaande uit elkaar dakpansgewijs bedekkende schubben

uit welker oksel de bloemen te voorschijn komen 2

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 325 / 793 题