10b. Sori op de rugzijde van de aderen 12

11a. Bladeren dubbel gevind: segmenten van de laatste orde zittend kort

en breed, scheef met 4-6 groote, langwerpige sori. Rhizoom opgericht,

forsch; de bladsteelen dicht bij elkaar gezeten Didymochlaena.

11b. Bladeren eenmaal gevind met smalle en lange zittende

segmenten. Sori met een niervormig indusium in één rij evenwijdig met

de rand van het segment. Rhizoom opgericht, de bladeren dicht gedrongen

Nephrolepis.

12a. Aderen alle vrij, of alleen de onderste zijaderen van de hoofdnerf

van elk laatste segment met elkaar verbonden 13

12b. Aderen alle netvormig verbonden; in de velden, die door de aderen

omringd worden eindigen vrije zijtakken der aderen 14

13a. Bladeren éénmaal gevind, leerachtig met een schildvormig

indusium. Segmenten aan den voet versmald; vinlobbig tot vindeelig

Polystichum.

13b. Bladeren één- tot meermalen gevind, dun en vliezig. Indusium

meest niervormig of hartvormig. Aderen soms vrij

Dryopteris (Nephrodium).

14a. Bladeren aan dezelfde plant in twee vormen, de steriele enkel

gevind met breede zwak gegolfde segmenten; de sporangiëndragende

bladeren met veel smallere segmenten met dieper gegolfde

rand. Zijnerven van de eerste orde met 6-8 paren zijnerven van de 2de

orde, die paarsgewijs met elkaar versmelten, zoodat er regelmatige

velden gevormd worden, waarin één vrije ader te zien is Cyclodium.

14b. Bladeren alle gelijk van vorm, enkelvoudig of 3-lobbig of diep

vindeelig en dan de segmenten ten deele met een breede basis aan de

bladsteel vastgegroeid. Velden onregelmatig Aspidium.

15a. Sori duidelijk alleenstaand, rond. Bladeren tweemaal gevind of

(onderaan) driemaal gevind, de segmenten van de laatste orde met een

duidelijken nerf in het midden. Rhizoom kruipend Saccoloma.

15b. Sori langwerpig of door samenvloeiing van meerdere

lijnvormig. Bladeren enkel- of dubbelgevind, de segmenten van de

laatste orde alleen voor de bovenste helft ontwikkeld, en daar de

sori dragend; de middennerf van het segment loopt langs den onderrand

Lindsaya.

16a. Aan een deel der aderen twee sori, elk met zijn eigen indusium,

die naar verschillende kanten opengaan. Bladeren enkelvoudig, of

gevind of dubbelgevind Diplazium.

16b. Sori steeds alleen aan de aderen met één indusium. Bladeren

enkelvoudig of gevind, zelden dubbel- of 3 maal gevind Asplenium.

17a. Bladeren handvormig samengesteld; de segmenten van de eerste

orde gevind, die van de 2^[de] orde klein, de naar den top van

het blad gekeerde helft sterker ontwikkeld dan de naar de basis

gerichte. Bladrand om de sori omgeslagen. Bladsteel glimmend zwart

Adiantopsis.

17b. Bladeren eenmaal tot meermalen gevind, de segmenten nooit

handvormig samengesteld 18

18a. Bladsteelen zwart, meest glimmend, soms behaard. Bladeren meest

dubbel-, zelden enkelgevind, in het eerste geval slechts weinig

segmenten van de eerste orde en vele van de tweede orde. Sori op het

einde der aderen binnen de omgeslagen bladrand zittend, vaak in elkaar

vloeiend en dan zeer lang Adiantum.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 233 / 793 题