Selenipedilum, Habenaria, Pogonia, Stenorrchynchus, Spiranthes,
Physurus, Liparis, Cyrtopera, Cyrtopodium.
III. Lange gelijkmatig bebladerde stengels zonder of met luchtwortels;
geen luchtknollen aanwezig:
Lockhartia, Dichaea, Campylocentrum, Orleanesia, Epidendrum
(ten deele).
IV. Lange, dunne luchtknollen, telkens met een paar bladeren op
den top; de eene luchtknol boven op de andere zittend; bloemen in
kleine groepen:
Tetragamestus, Ponera, Scaphyglottis, Hexisea.