II. Planten in den bodem groeiend zonder luchtwortels:

Selenipedilum, Habenaria, Pogonia, Stenorrchynchus, Spiranthes,

Physurus, Liparis, Cyrtopera, Cyrtopodium.

III. Lange gelijkmatig bebladerde stengels zonder of met luchtwortels;

geen luchtknollen aanwezig:

Lockhartia, Dichaea, Campylocentrum, Orleanesia, Epidendrum

(ten deele).

IV. Lange, dunne luchtknollen, telkens met een paar bladeren op

den top; de eene luchtknol boven op de andere zittend; bloemen in

kleine groepen:

Tetragamestus, Ponera, Scaphyglottis, Hexisea.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 351 / 793 题