12b. Bloemen zittend of zeer kort gesteeld 13

13a. Bloembladeren tot aan het midden vergroeid. Meeldraden buiten

de bloemkroon uitstekend. Peul bij het rijpworden met 2 kleppen

openspringend. Ongedoornde of sterk gedoornde vaak klimmende heesters

Piptadenia. Tan pikien so.

13b. Bloembladeren bijna geheel vrij. Meeldraden nauwelijks buiten de

bloemkroon uitstekend. Peul meest groot en breed, uit elkaar vallend

in eenzadige stukken, de naden als een geheel zitten blijvend Entada.

14a. Bloemkroon duidelijk vlindervormig, d. i. duidelijk

zijdelings-symmetrisch met één groot bloemblad en 4 kleinere;

meeldraden alle 10 met elkaar tot een buis vergroeid die het

vruchtbeginsel insluit of 9 vergroeid en 1 vrij 42

14b. Bloemkroon niet duidelijk vlindervormig; meeldraden 10 en dan niet

tot een buis met elkaar vergroeid of minder dan 10, soms meer dan 10 15

15a. Meeldraden talrijk, meest eenige groote en vele kleine. Kelk voor

de bloei ongedeeld met zeer korte buis, tijdens de bloei 2-5-lobbig of

onregelmatig verscheurd. Bloembladeren één, en dan groot of 2 kleine

of geheel ontbrekend. Bladeren oneven gevind, soms 3-tallig, soms

ook alleen een eindblaadje aanwezig, dus bladeren enkelvoudig. Boomen

of heesters Swartzia.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 439 / 793 题