258b. Meeldraden geheel vrij van elkaar 260

259a. Meeldraden 4; helmknoppen kruisgewijs verbonden; kelk 5-deelig;

bloemkroon met 5 slippen. Bladeren tegenoverstaand 262. Gesneriaceae.

259b. Meeldraden 5; helmknoppen in een ring den stijl

omvattend. Bladeren verspreid 276. Campanulaceae.

260a. Vruchtbeginsel geribd, meest met klierharen bezet; eenhokkig;

meeldraden 1-5; steunbladeren ontbrekend (in werkelijkheid is de

z.g. kelk een krans van schutblaadjes; de z.g. bloemkroon een bloemdek

en het vruchtbeginsel bovenstandig, doch schijnbaar onderstandig,

omdat het bloemdek zich boven het vruchtbeginsel vernauwt en het dus

schijnt alsof het bloemdek op het vruchtbeginsel zit)

80. Nyctaginaceae.

260b. Vruchtbeginsel meerhokkig; meeldraden evenveel als

bloemkroonslippen en ermee afwisselend; bladeren tegenoverstaand met

steunbladeren, die meest tusschen elk bladpaar vergroeid zijn

270. Rubiaceae.

260c. Meeldraden talrijk, in meerdere kransen, min of meer met de

bloemkroon vergroeid; vruchtbeginsel 2-5-hokkig met 2-4 zaadknoppen

in ieder hokje 242. Symplocaceae.

261a. Bloemen in schermen, en dan met honingbekers in het scherm

geplaatst of in trossen, en dan een gespoorde of ongespoorde

honingbeker aan elke bloemsteel. Meeldraden 5 tot vele

184. Marcgraviaceae.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 201 / 793 题