2b. De bloeiwijzen staan aan het eind van aparte uit den wortelstok
te voorschijn komende stengels, die in uiterlijk verschillen van den
bladdragenden stengel 5
3a. Bladeren zittend, langwerpig-eirond, bladscheede kokervormig,
bladeren beneden de opening van dien koker ingehecht, in een spiraal
rondom de stengel staand. Bracteeën der bloeiwijze meest zeer talrijk;
bloemen kortgesteeld, met een korte buis, wit, geel of oranje, niet
ver buiten de bracteeën uitstekend. Behalve de buisvormige kelk en
de 3 kroonslippen is er alleen nog een lip in de bloem aanwezig
Costus. Sangrafoe, Ficofico.
3b. Bladeren in twee rijen langs den stengel staand. Behalve kelk,
kroonslippen en lip zijn er ook nog 2 bladachtige staminodiën in den
bloem te vinden 4
4a. Bladeren kortgesteeld, smal. Kroonbuis der bloemen ver buiten de
bracteeën uitstekend. Staminodiën wit, lip geel. Meeldraad aan den
basis zonder aanhangsels Hedychium.
4b. Bladeren langgesteeld, breed. Meeldraad aan de basis met 2
aanhangsels. Wortelstok intens geel Curcuma longa.
5a. Bloem met een duidelijke 3-lobbige lip, waarvan de middenlob
het grootst is, en purper van kleur met gele vlekken. Helmknop aan
den top met een buisvormig aanhangsel dat den stijl omsluit, aan de
basis zonder spoorvormige aanhangsels Zingiber.
5b. Lip geel, onduidelijk 3-lobbig, middenlob ingesneden. Helmknop
aan den top zonder, aan de basis met 2 spoorvormige aanhangsels
Curcuma Zedoaria.
6a. Bloeiwijze aan het eind van een met gewone groene bladeren
bezette stengel staand, een groote tros vormend. Bloemkroon wit en
rood gekleurd, lip geel Alpinia.
6b. Bloeistengels en bebladerde stengels naast elkaar uit de wortelstok
te voorschijn komend, duidelijk van elkaar verschillend 7
7a. Bloemen alleenstaand aan het eind van den korten bloeistengel. Lip
groot; aanhangsel aan den top van de helmknop breed, ingesneden
Aframomum. Ningre-Kondre-pepre.
7b. Bloemen in lange trossen of pluimen. Geen aanhangsel aan den top
van den helmknop Renealmia. Massoesa.