256. Solanaceae.

Bloemen meest 5-tallig, tweeslachtig, regelmatig of zelden zygomorf;

sympetaal; kroon in de knop meest geplooid; meeldraden 5, in de

zygomorfe bloemen meest 4, soms met 1 staminodium; vruchtbeginsel

2-hokkig, bovenstandig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje,

zelden 3-5-hokkig; stijl 1 met een 2-lobbige of 2-deelige stempel;

vrucht een bes of een doosvrucht; kruiden of heesters met verspreide

bladeren.

1a. Bloemen regelmatig, met goed ontwikkelde meeldraden, evenveel

als bloemkroonslippen 2

1b. Bloemen met slechts 4 meeldraden, waarvan er soms 2 niet geheel

ontwikkeld zijn 7

2a. Bloemkroon niet buisvormig, uitgespreid, of indien er een

duidelijke buis is, dan is de zoom breed en zijn de vruchten bessen 3

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 699 / 793 题