Bloemen meest door reductie van meeldraden of stamper éénslachtig;
bloemdek ongekleurd, of weinig gekleurd, zelden ontbrekend;
de buitenste bloemdekbladeren vaak kleiner dan de binnenste;
meeldraden 6, zelden 3, vaker 9 tot vele, vrij of vergroeid met
elkaar. Vruchtbeginsels 3 of 1, in het laatste geval 3- of 1-hokkig,
soms met maar 1 zaadknop; vrucht een bes of een steenvrucht; meest
boomvormige, onvertakte planten, soms klimmend met zeer gestrekte
internodiën; bloeiwijzen okselstandig, door scheeden omhuld, bladeren
handvormig of vinvormig gedeeld of ingesneden.
N. B. Het determineeren der palmen levert verschillende moeielijkheden
op, die ten deele hun oorzaak hierin vinden, dat maar zelden volledige
exemplaren (d. i. met mannelijke en vrouwelijke bloemen, spatha en
vruchten) gevonden worden, ten deele ook hierin, dat men de soorten,
en vooral die van Suriname nog slechts ten deele kent. Zelfs is het
waarschijnlijk dat er in Suriname nog geslachten van Palmen gevonden
zullen worden, wier voorkomen er tot nu toe niet aangetoond was. Dit
alles maakt, dat men onderstaande tabel met eenige voorzichtigheid
moet gebruiken.
1a. Bladeren waaiervormig ingesneden en handnervig; bloeikolf eenmaal
vertakt; bloemen tweehuizig; mnl. bloemen in lange dichte aren;
vrl. bloemen aan veel kortere zijtakken van den kolf; bes aan den
top ingedrukt Mauritia. Maurisie.