12a. Bladeren in rosetten, de scheeden tamelijk wijd van elkaar, met
verspreide schubben bezet; bloeistengel met weinige lange takken,
aan welker top de bloemen spiraalsgewijs zitten. Kelk korter of
(soms) langer dan de bloembladeren; deze laatste aan den top met
een klein stekelpuntje. Stijl zeer kort. Zaden aangedrukt behaard,
met een haarkuif Catopsis.
12b. Bladeren in een dichte bundel of in een roset, en dan vaak een
bovenaardsche bol vormend; soms ook een lange stengel dicht bedekkend;
meest met grijze schubben dicht bezet. Bloeistengel onvertakt met de
bloemen in twee rijen, of vertakt, en dan de bloemen tweerijig van
de takken zittend. Vruchtbeginsel kaal; stijl lang; zaden kaal met
een haarkuif Tillandsia.