12a. Sporangiën òf gezeten op smalle slippen van den bladrand, òf
een scherp afgescheiden deel van den top der lijn- of steelvormige
of waaiervormig-gedeelde bladeren innemend; ring als een deksel den
geheelen top van het sporangium bedekkend VI. Schizaeaceae.
12b. Sporangiën in sori op de onderzijde van de bladeren, soms
randstandig, of de bladonderzijde geheel of ten deele dicht bekleedend;
ring onderbroken, verticaal staande III. Polypodiaceae.
13a. Losdrijvende of vastzittende waterplanten met ondergedoken of
drijvende bladeren; bladeren nooit met bladschijf of bladsteel boven
water uitstekend 14
13b. Landplanten of epiphyten, zelden waterplanten, maar dan de
bladeren boven de waterspiegel uitstekend 24
14a. Kleine drijvende waterplanten met eenslachtige bloemen, waarvan de
mannelijke uit één meeldraad en de vrouwelijke uit een vruchtbeginsel
bestaan 24. Lemnaceae.