Bloemen met kelk en bloemkroon, meest tweeslachtig, en regelmatig,
zelden zygomorf; bloemas buisvormig; kelkslippen 2-4; zelden 5-6,
bloembladeren 2-4, zelden ontbrekend; meeldraden 4-8, zelden 1, 2,
6 of 12, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel met de bloemas
vergroeid; onderstandig, meest 4-hokkig; met 1 tot vele zaadknoppen
in ieder hokje; meest kruiden met tegenoverstaande of verspreide
bladeren zonder steunbladen; bloemen okselstandig of in trossen.
Bloemen met 4 (-6) kelkbladeren, 4 (-6) gele bloembladeren, 8-12
meeldraden. Vruchtbeginsel onderstandig; vrucht een doosvrucht. Moeras-
of waterplanten Jussieua.