7b. Bloemkroon duidelijk 2-lippig. Bloemkroon wit en lila en dan klein,
of rood en dan groot 9
8a. Aar tamelijk los met bladachtige breede schutbladeren, die
veel grooter zijn dan de kelk. Bloemen 2 of 3 in de oksels der
schutbladeren. Kelk 5-deelig, regelmatig, vrucht van binnen met
duidelijke haken, met 6 of meer zaden in elke afdeeling Blechum.
8b. Aar dicht, soms zeer klein; kelk 5-deelig, de bovenste slip breeder
dan de andere. Schutbladeren niet opvallend breed en bladachtig;
bloemen meest alleenstaand in de oksels der schutbladeren. Doosvrucht
met vele zaden, van binnen zonder haken. Planten meest zeer klein
Staurogyne.
9a. Bloemen vuurrood, meeste meerdere centimeters lang, duidelijk
2-lippig, in een smalle, eindstandige aar, waarvan de schutbladeren
dicht over elkaar liggen. Schutbladeren vaak met tanden aan den top
of aan den rand. Meeldraden buiten de bloemkroon uitstekend; planten
rechtopstaand, onvertakt Aphelandra.
9b. Schutbladeren weinig grooter dan de kelk, droogvliezig, evenals
de kelkslippen met een spitse punt. Bloemkroon wit, meest met lila
teekening, nog niet 1 c.M. lang of meest nog kleiner. Meeldraden
boven in de bloemkroonbuis ingehecht Lepidagathis.