21a. Bloemkroon in den knop alleen aan den top met een behaarde
plek, verder kaal. Kelk dun, wijd schotelvormig. Bloeiwijzen
veelbloemig. Bladeren zeer dun-vliezig met krachtige nerven. Vrucht
smal met platte kleppen Petastoma.
21b. Bloemkroon niet met een behaarde plek aan den top. Bladeren
niet vliezig 22
22a. Bloemen in een armbloemig, okselstandig bijscherm;
schijf duidelijk gelobd, de onderste stengelbladeren soms
enkelvoudig. Doosvrucht breed, met gestekelde kleppen Clytostoma.
22b. Schijf niet of onduidelijk gelobd; bloeiwijzen meest meerbloemig;
doosvrucht glad 23
23a. Vrucht smal en lang. Zaadknoppen in elk hokje in 2 rijen. Kelk
meest dun Arrabidaea.
23b. Vrucht breed, elliptisch. Zaadknoppen in elk hokje in 4
rijen. Kelk leerachtig. Bladeren met groote steunbladeren Anemopaegma.