32a. Bloemknoppen opvallend gekromd en aan den top knots-vormig
verdikt. Kelkslippen ongelijk. Bloembladeren 5, bijna
gelijk. Meeldraden 10, aan de basis behaard; de helmknoppen
aan den rug bevestigd, meest 3 dikkere en kortere meeldraden met
kleinere helmknoppen en 7 langere, dunnere meeldraden met grootere
helmknoppen. Boomen met gele bloemen in trossen Tachigalia.
32b. Bloemknoppen niet gekromd en knotsvormig. Kelkbladeren bijna
geheel vrij. Bloembladeren meest geel-oranje, alle gelijk of enkele
wat groot. Meeldraden soms 10, en dan aan den top met poriën of korte
spleten openspringend, meest echter enkele meeldraden met veel grootere
helmknoppen dan de andere. Helmdraden aan de basis der helmknoppen
bevestigd. Peul zeer verschillend, plat, steelrond of gevleugeld
Cassia. Slabriki.
33a. Kelkbuis lang klokvormig, met 5 tanden, waarvan de beide
bovenste hooger met elkaar vergroeid zijn. Meeldraden 10, vrij. Stijl
gebogen niet opgerold met eindelingsche stempel. Peul met 2 kleppen
openspringend Diplotropis. Zwarte kabbes.
33b. Kelkbuis kort trechter- of bekervormig; de bovenste kelkslippen
wat vergroeid. Meeldraden ongelijk, vrij, 10 met helmknopjes of
soms 2 zonder, en 8 met helmknoppen. Stijl opgerold met scheeven
stempel. Peul met 2 kleppen openspringend Ormosia.