62a. Bladen even gevind, 2-jukkig, dus in het geheel 4 blaadjes. Kelk
met een lange buis, die schijnbaar de bloemsteel is, onder in de buis
zit het vruchtbeginsel, van boven is de buis verwijd tot de gewone
vorm van een kelk. Bloemen geel. Meeldraden 9 of 10, alle vergroeid,
afwisselend grooter en kleiner. Peul dik en kort met 1-3 zaden,
in de aarde rijp wordend Arachis. Pinda.
62b. Bladeren meerjukkig, even of oneven gevind. Kelk niet in een
lange buis verlengd 63
63a. Peulen gesteeld, klein, plat, recht, gekromd of zelfs
spiraalvormig opgerold in eenzadige stukken uiteenvallend, tusschen
de zaden smaller, met 2 tot vele zaden, vaak behaard of met kleine
stekeltjes. Meeldraden vergroeid in een aan één of twee zijden
gespleten buis. Liggende of rechtopstaande kruiden of kleine heesters
met even- of oneven-gevinde bladeren met kleine blaadjes. Bloemen
klein, geel of purper geaderd, in trossen Aeschynomene.
63b. Peulen niet plat en in stukken uiteenvallend, of indien ze
in stukken uiteenvallen (Chaetocalyx) dan niet tusschen de zaden
ingesnoerd en de kelk tevens met weinige borstelige haren bezet 64