43b. Kleine, soms wat houtachtige, liggende of klimmende kruiden,
of lianen 45
44a. Stam en takken vaak met stekels bezet. Blaadjes met kliervormige
korte stipellen aan den voet, het eindblaadje breed, min of meer
ruitvormig, de beide zijblaadjes scheef; bloemen lang en smal; vlag
veel langer dan de kiel. Bloem meest vuurrood in trossen
Erythrina. Koffie-mama.
44b. Slechts 1 blaadje aanwezig met 2 stipellen aan den
voet. Vruchtbeginsel met vele zaadknoppen. Peul cirkelrond, vliezig
met 1-3 zaden. Helmdraad aan den rug der helmknoppen vastzittend
Cyclolobium.
44c. Drie of één blaadje, doch steeds zonder stipellen. Indien er
5 blaadjes aanwezig zijn, dan heeft diezelfde boom ook takken
waar maar 3 of 1 blaadje per blad voorkomen. Blaadjes niet
tegenoverstaand. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen. Peul cirkelrond
of eirond met 1 zaad, leerachtig, niet openspringend Dalbergia.
45a. Bloemen zeer groot, de kiel opvallend grooter dan de vlag, met
een gekromde hoornachtige lange punt. De 10de meeldraad geheel vrij,
de overige meeldraden afwisselend langer en korter; vlag met 2 oortjes
aan de basis. Peul dik, vaak met stijve brandharen Mucuna.