165a. Kruiden of lianen; bladeren dun, hart-pijlvormig of handvormig
gelobd tot gedeeld, aan de basis 3-7-nervig. Meeldraden 6 of de
binnenste 3 min of meer gereduceerd of ontbrekend 43. Dioscoreaceae.
165b. Klimmende heesters; bladeren min of meer leerachtig; niet
gedeeld, niet hart-pijlvormig 94. Menispermaceae.
165c. Parasieten; bladeren bijna steeds tegenoverstaand
67. Loranthaceae.
165d. Boomen met hartvormige bladeren; bloemdek 6-deelig; meeldraden 3,
helmdraden ieder met 2 klieren aan den voet 103. Hernandiaceae.
166a. Meeldraden 8-10, dubbel zooveel als de slippen van het
vergroeidbladige bloemdek. Boomen of heesters met afwisselende bladeren
221. Combretaceae.
166b. Boomen of heesters; meeldraden meest evenveel als de
bloemdekbladeren; soms wat meer of minder 167