183. Caryocaraceae.

Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6,

de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel

4-8-20-hokkig, zelden 1-3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje;

stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren;

steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der

blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.

Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk

4-6-spletig; bloembladeren 4-6. Meeldraden talrijk, langer dan de

bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4-6 lange stijlen. Vrucht een

steenvrucht met 3-4-eenzadige pitten Caryocar. Ningre-noto.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 576 / 793 题