Bloemen tweeslachtig, regelmatig; kelk- en bloembladeren 5, zelden 6,
de laatste een weinig samenhangend; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel
4-8-20-hokkig, zelden 1-3-hokkig met 1 zaadknop in ieder hokje;
stijlen gescheiden; boomen of heesters met 3-tallige bladeren;
steunbladeren aan de basis van de bladsteel en van de steelen der
blaadjes; bloemen in eindstandige trossen.
Boomen met tegenoverstaande, 3-tallige bladeren; kelk
4-6-spletig; bloembladeren 4-6. Meeldraden talrijk, langer dan de
bloembladeren. Vruchtbeginsel met 4-6 lange stijlen. Vrucht een
steenvrucht met 3-4-eenzadige pitten Caryocar. Ningre-noto.