264. Lentibulariaceae.

Bloemen 5-tallig, tweeslachtig zelden regelmatig, meest zygomorf,

bloemkroon meest duidelijk 2-lippig; meeldraden zelden 5, meest

2, onder in de bloemkroon ingehecht; vruchtbeginsel bovenstandig,

1-hokkig met een meest grondstandige zaadlijst; vrucht een 2-4-kleppige

doosvrucht en dan veelzadig of een gesloten vrucht en dan 1-zadig;

meest kruiden op vochtige plaatsen of in het water groeiend.

1a. Kelk 4-deelig met ronde slippen aan den rand met lange tanden

bezet. Bloemkroon 2-lippig, gemaskerd, met een spoor. Bovenlip

2-spletig; onderlip groot, 3-lobbig. Meeldraden 2, sterk

gebogen. Doosvrucht meerzadig met 2 kleppen openspringend. Kleine

kruiden met langwerpige, gaafrandige wortelstandige bladeren

Polypompholyx.

1b. Kelk 2-bladig. Bloemkroon 2-lippig, gemaskerd; bovenlip

rechtopstaand, ingesneden of gaafrandig, onderlip groot, 3-deelig of

gaafrandig. Meeldraden 2, dik en kort, sterk gebogen. Doosvrucht met

2 kleppen of onregelmatig of met een deksel openspringend. Land-,

moeras-, of waterplanten Utricularia.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 723 / 793 题