217a. Vruchtbeginsel langgerekt, met één rij van zaadknoppen;
vrucht een peul. Bladeren aan den top min of meer diep ingesneden,
zeer zelden niet-ingesneden. Bloemen groot tot vrij groot.
128. Papilionaceae.
217b. Vruchtbeginsel kort, op een schijf gezeten; kelk min of meer
komvormig; soms één meeldraad grooter dan de andere; bloemen klein
153. Anacardiaceae.
218a. Vruchtbeginsel 5-hokkig, met 1 zaadknop in ieder hok. Kelk
met 5, eenigszins over elkaar liggende lobben; staminodiën aanwezig
of ontbrekend 133. Humiriaceae.
218b. Kelk klokvormig met 5 korte of onduidelijke tanden. Bloembladeren
aan de basis meest een weinig vergroeid. Vruchtbeginsel van onderen
3-hokkig; stijl met 3 stempels 241. Styracaceae.
219a. Bladeren met doorschijnende puntjes (olieklieren). Planten soms
gedoornd. Helmdraden vaak wat vergroeid 137. Rutaceae.