276a. Vruchtbeginsel éénhokkig; boomen met lange bladeren, die een
kleine kroon aan den top van den stam vormen. Staminodiën aanwezig
235a. Theophrastaceae.
276b. Vruchtbeginsel 4- tot meerhokkig; staminodiën meestal ontbrekend
240. Ebenaceae.
277a. Bloemen blauw, regelmatig met 5 meeldraden; stijlen 2, geheel
vrij; vruchtbeginsel 2-hokkig; planten meest gedoornd, op vochtige
plaatsen of in het water groeiend 251. Hydrophyllaceae.
277b. Stijlen min of meer met elkaar vergroeid; planten niet gedoornd
of, als ze gedoornd zijn, dan de bloemen niet regelmatig-5-tallig 278
278a. Vruchtbare meeldraden minder dan kroonslippen, daarbij de bloem
meest zygomorf 279
278b. Vruchtbare meeldraden evenveel als kroonslippen; bloemen
regelmatig 289
279a. Bloemen geheel regelmatig, 4- of 5-tallig; meeldraden 2, in de
kroonbuis ingehecht; bladeren tegenoverstaand 243. Oleaceae.
279b. Meeldraden 4, of 2, in het laatste geval de bloem duidelijk
zygomorf 280
280a. Vruchtbeginsel éénhokkig, soms door naar binnen inspringende
zaadlijsten bijna 2-hokkig, maar dan zijn òf de helmknoppen verbonden
met elkaar en de planten kruiden òf er is achter in de bloem een
staminodium aanwezig 281