64. Moraceae.

Bloemen met een blijvend, dikwijls sappig wordend bloemdek of naakt;

eenslachtig; bloemdekbladeren meest 4; meeldraden evenveel, voor de

bloemdekbladeren staand, zelden maar één; vruchtbeginsel eenhokkig

met één zaadknop; stijlen 1 of 2; vrucht een noot of een steenvrucht;

boomen of heesters, zelden kruiden; bladeren met steunbladeren; bloemen

klein in verschillend gevormde bloeiwijzen, die vaak bolvormig zijn;

planten met melksap.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 364 / 793 题