24b. Meeldraden vrij 26

25a. Bladeren gelobd tot gedeeld. Zuil van de meeldraden zonder

rudimentair vruchtbeginsel op den top, schijf duidelijk ontwikkeld. In

de vrl. bloemen soms staminodiën Jatropha.

25b. Bladeren lancetvormig, scherp gezaagd. Zuil van de meeldraden

met een rudimentair vruchtbeginsel op den top Caperonia.

26a. Meeldraden talrijk, dicht op elkaar zittend met korte

helmdraden. Stijlen 3, diep 2-spletig. Mnl. bloemen in enkelvoudige

eindstandige trossen; vrl. bloemen slechts weinige bij elkaar. Boomen

met eironde bladeren Sagotia.

26b. Stijlen niet ingesneden. Meeldraden 15-30. Bladeren smal, met

roode of geele vlekken, kaal en glanzend. Heesters Codiaeum.

27a. Mannelijke bloemen zeer groot met een zeer groot aantal (tot 1000)

helmknoppen; helmdraden vertakt. Vruchtbeginsel met 3 vertakte roode

stijlen. Bladeren handdeelig, schildvormig Ricinus. Krapata.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 524 / 793 题