146. Dichapetalaceae.

Bloemen typisch 5-tallig, tweeslachtig of éénslachtig regelmatig of

soms zygomorf; bloemas uitgroeiend tot schubben of een komvormige

schijf; kelk vergroeid- of losbladig; bloembladeren raak tweespletig,

gelijk of ongelijk van vorm, vrij of tot een buis vergroeid;

meeldraden 5, vrij of met de bloembladeren vergroeid; vruchtbeginsel

2-3-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een steenvrucht

met een 1-2-hokkige pit; lianen of boomen met gaafrandige bladeren

met steunbladeren.

Bloemen met 4-5 ongelijke kelkbladeren, 4-5 bloemkroonslippen,

waarvan er 2 of 1 grooter zijn dan de andere en 2-spletig met concave

lobben. Meeldraden meest 5, waarvan maar 2 met helmknoppen; een enkele

maal alle 5 vruchtbaar. Vruchtbeginsel 2-3-hokkig. Heesters of boomen

Tapura.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 505 / 793 题