36a. Klimmende kruiden met behaarde, getande bladeren. Kelk
3-5-deelig. Meeldraden 3, vrij. Stijlen tot aan het midden vergroeid,
van boven vrij, onvertakt. Bloemen in trossen, die van boven de
mnl. van onderen de vrl. bloemen dragen of tros vertakt met een lange
mnl. en een korte vrl. tak Tragia.