29. Xyridaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon, 3-tallig, tweeslachtig; kelk

zygomorf met 2 kleinere blaadjes; bloemkroon regelmatig met een

buis; de 3 buitenste meeldraden staminodiaal of ontbrekend; de 3

binnenste fertiel, van onderen met de kroon vergroeid. Vruchtbeginsel

bovenstandig, eenhokkig met 3 zaadlijsten. Vrucht een doosvrucht;

meest overblijvende kruiden.

1a. Bladeren grasachtig, wortelstandig. Bloemen in en hoofdje aan

het einde van de hoogstens aan den voet beschubde bloeistengel,

elke bloem in den oksel van een schutblad zittend. Voorste (naar

het schutblad toegekeerde) kelkblad veel grooter dan de beide andere

kelkbladeren. 3 penseelvormige staminodiën in elke bloem Xyris.

1b. Voorste kelkblad ontbrekend. Staminodiën draadvormig of

ontbrekend. Bloeistengel ook boven de basis met schubben bezet

Abolboda.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 298 / 793 题