Bloemen met een bloemkelk of met kelk en bloemkroon, twee- of
éénslachtig, regelmatig; bloemdekbladeren 3-6; meeldraden 6-9, zelden
minder of meer; vruchtbeginsel 1-hokkig met 2, 3 of 4 stijlen; en één
zaadknop; vrucht een noot; kruiden, zelden heesters of boomen met meest
verspreide, zelden gelobde of gespleten bladeren en stengelomvattende
steunbladeren; bloemen meest klein, in samengestelde bloeiwijzen.