127. Connaraceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon, 5-tallig, met 10 meeldraden,

tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig; kelk meest na den bloei

blijvend en de basis van de rijpe vrucht omhullend; bloembladeren 5,

soms een weinig vergroeid; vruchtbeginsels bovenstandig, meest 5,

zelden 4 of 1 met 2 zaadknoppen; meest maar één vruchtbeginsel zich

tot vrucht ontwikkelend; doosvrucht met 1 zaad; meest klimmende

heesters, zelden boomen met verspreide, oneven gevinde bladeren

zonder steunbladeren.

1a. Doosvrucht gesteeld; resten van den kelk om den steel zitten

blijvend, na den bloei niet of nauwelijks vergroot. Bloembladeren

meest langer dan de kelk. Vaak maar één vruchtbeginsel, soms tot 5

Connarus.

1b. Doosvrucht ongesteeld; de kelk na den bloei vergroot en de basis

van de vrucht vaak tot het midden omvattend. Bloembladeren meest even

groot als de kelk. Vruchtbeginsels 5 Rourea.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 433 / 793 题