12a. Zoowel de plant als de aartjes kaal of bijna kaal 13

12b. Plant min of meer, doch vooral de aartjes duidelijk behaard. Onder

het vruchtbeginsel 3 eironde schubjes. Kafjes behaard, aan den top

gestekeld; aartjes vrij groot, tot 1 c.M. lang, langs het bovenste deel

van den halm een lange samengestelde bloeiwijze vormend. Halm bebladerd

Fuirena.

13a. Onder het vruchtbeginsel 2 hyaline schubjes, de een naar de as

toegekeerd, de andere ervan af gekeerd, grooter dan de noot. Stijl

vrij klein met 2 of 3 takken. Halmen alleen aan de basis en onder

de bloeiwijzen bladeren dragend. Aartjes tot één hoofdje samenkomend

aan het eind van den stengel Lipocarpha.

13b. Onder het vruchtbeginsel nooit 2 schubben, (in één enkel geval één

zijdelingsche schub), doch 0-vele haren. Aartjes met vele vruchtjes. De

onderste 0-2 kafjes leeg, kaal behalve aan de randen. Stijl met 2-3

takken. Halmen naakt Scirpus.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 272 / 793 题