238b. Vruchtbeginsel meerhokkig 241

239a. Vruchtbeginsel met 2 rijen van zaadknoppen, langbehaard; vrucht

met 2 kleppen openspringend, gestekeld; zaden vuurrood. Bloemen

5-tallig, de kelk met klieren aan de basis. Boomen met min of meer

hartvormige bladeren 194. Bixaceae.

239b. Vruchtbeginsel en vrucht niet langbehaard of gestekeld. Kelk

zonder klieren 240

240a. Bloemen meest met 3 kelk- en 3 bloembladeren, zelden

4-tallig. Boomen; vruchtbeginsel met 3 rijen van zaadknoppen

199. Flacourtiaceae.

240b. Bloemen 5-, soms 6-tallig. Lianen; bladeren meest zeer

ruw. Vruchtbeginsel met 1 rij van zaadknoppen 180. Dilleniaceae.

241a. Kelk bekervormig met zeer korte slippen. Helmdraden onderling

min of meer vergroeid. Bladeren met doorschijnende puntjes

(olieklieren). Plant vaak gedoornd 137. Rutaceae.

241b. Kelk losbladig of vergroeidbladig, maar dan vrij diep ingesneden

met duidelijke slippen 242

242a. Planten met meest dichte stervormige haren bekleed. Bladeren

verspreid met steunbladeren, die soms spoedig afvallen. Meeldraden en

vruchtbeginsels soms op een zuil staand; òf een buitenkelk aanwezig,

òf de vruchten dicht behaard of met stekels bezet, òf geen van deze

kenmerken aanwezig, maar dan zijn de bladeren gezaagd en is de plant

een kruid of een kleine heester 174. Tiliaceae.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 188 / 793 题