2a. Bloembladeren niet of nauwelijks vergroeid. Bloemen tweeslachtig
of schijnbaar tweeslachtig. Meeldraden tweemaal zooveel als
bloembladeren. Vruchtbeginsel 4-5-hokkig; vrucht meest scheef en
eenzadig. Bladeren gevind, soms alleen het eindblaadje aanwezig.
Protium. Tiengie-monnie.
2b. Bloembladeren tot een klokvormige bloemkroon vergroeid. Meeldraden
8-10, aan de basis van een dikke schijf met 8-10 groeven
ingehecht. Helmdraden zeer kort. Vrucht meest rond, van buiten met
4-5 groeven, 4-5-hokkig met 1 zaad in elk hokje. Bladeren gevind
Tetragastris.