Bloemen met een bloemdek of met kelk en bloemkroon; 3-2-tallig,
éénslachtig, tweehuizig regelmatig; meest 2 kransen van kelkbladeren,
bloembladeren en meeldraden; de bloembladeren meest kleiner;
vruchtbeginsels 3, zelden 1 of 2, vrij, ieder met 1 zaadknop; vrucht
een steenvrucht; meest windende heesters met ongedeelde of gelobde,
handnervige bladeren, en kleine bloemen in trossen.