1b. Bladeren enkelvoudig, ongedeeld 2

2a. Bloemen in bijschermen, d. w. z. de hoofdas van de bloeiwijze

vertakt zich herhaaldelijk en ten slotte eindigt elk takje in een

bloem; soms ook is het bijscherm tot een enkele okselstandige bloem

verkort 3

2b. Bloemen in aren of trossen, dus de hoofdas van de bloeiwijze

is onvertakt 4

3a. Boomen, die in de mangrove voorkomen. Bloemkroon bijna regelmatig

4-spletig met ronde slippen. Eindtakken der bloeiwijze in hoofdjes

van zittende bloemen eindigend Avicennia. Parwa.

3b. Bloemkroon met een vaak zeer lange buis en 5-lobbige zoom;

lobben bijna gelijk of ongelijk. Meeldraden meest buiten de buis

uitstekend. Bloemen soms alleenstaand in de bladoksels. Heesters of

boomen, met of zonder dorens Clerodendron.

3c. Bloemen in eindelingsche of okselstandige veelbloemige pluimen,

meest 4-tallig met regelmatige en korte bloemkroon. Meeldraden boven

in de bloemkroonbuis ingehecht. Vrucht een bes, in de vergroote kelk

zittend. Heesters of boomen Aegiphila.

4a. Rechtopstaande, onvertakte kleine (± 1/2 meter) heesters met een

eindelingsche bloemtros; bloemen geel in den oksel staande van groote

roode schutbladeren. Kelk breed klokvormig; bloemkroon met een lange

buis, onduidelijk 2-lippig. Vrucht een bes. Bladeren lang en smal

Amasonia.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 690 / 793 题