Bloemen zelden tweeslachtig, meest mannelijk en vrouwelijk, meest
met kelk en bloemkroon, regelmatig, 3-tallig; kelkbladeren 3,
kroonbladeren 3, meeldraden 1 × tot 4 × 3, de binnenste en buitenste
soms staminodiaal; vruchtbeginsel onderstandig met wandstandige
zaadlijsten en vele zaadknoppen. Ondergedoken of boven het water
uitstekende waterplanten met verspreide of soms in kransen staande
bladeren. Bloemen in het begin in een scheede ingesloten.
1a. Bladeren in kransen aan den langen ondergedoken stengel; bloemen
klein, de mnl. zittend, later van den stengel loslatend en op het
water drijvend met 3 meeldraden; vrl. bloemen langgesteeld Elodea.
1b. Bladeren langgesteeld, eirond, drijvend; bloemen 2-3 bij elkaar
in een scheede; meeldraden 6-12 Hydromystria.