52a. De zijdelingsche kelkbladeren bijna geheel vergroeid met elkaar;
lip zeer kort met de basis van de zuil verbonden, opgericht met een
zeer korte spoor die door de beide kelkbladeren bedekt wordt. Bloemen
rood in eenzijdige, veelbloemige trossen Rodriguezia.
52b. De zijdelingsche kelkbladeren geheel vergroeid, aan de basis
onder de lip een korte zak vormend. Lip duidelijk genageld, geheel
zonder spoor of knobbel. Bloemen violet, in wijde pluimen
Jonopsis. Sapotille-orchidee.
53a. Kelkbladeren niet vergroeid, smal, evenals de kroonbladeren. Nagel
van de lip met de zuil vergroeid, verder afstaand, ongedeeld,
breed eirond, aan den top plotseling toegespitst, min of meer
schelpvormig. Zuil half zoo lang als de lip. Bladen vleezig. smal,
één op de luchtknol. Bloemen vuilwit met lichtroode teekening, in
knikkende, 3-4-bloemige trossen Trichopilia.
53b. Achterste kelkblad met de kroonbladeren aan de basis van de
zuil vastgegroeid. Nagel van de lip tot aan de halve hoogte met de
zuil vergroeid, vervolgens afstaand, 3-lobbig, lobben stomp, aan
den rand een weinig gegolfd tot gekarteld, de middenlob aan den top
wat ingesneden. Planten met groote, sterk platgedrukte luchtknollen
met 2 bladeren op den top. Tros rechtopstaand met 2-3 welriekende
bloemen. Kelkbladeren geelgroen met paarse strepen; bloembladeren geel,
donker geaderd, lip wit, aan de basis geel, met purperen vlekjes
Aspasia.
53c. Lip alleen met de basis van de zuil samenhangend, er niet mee
tot een zekere hoogte vergroeid; afstaand of naar beneden geslagen 54