2b. Bloemen met 1-3 (of -6) meeldraden 3

3a. Mannelijke aartjes in een groote pluim aan het eind van den

stengel; vrl. aartjes dicht gedrongen in meerdere rijen tot een

kolf vereenigd, zijdelings aan den stengel staande, omgeven door

een scheede, waarbuiten de lange stijlen der vrl. bloemen in een

bos uitsteken Zea.

3b. Bloemen tweeslachtig of indien ze éénslachtig zijn, dan òf in

hetzelfde aartje òf in dezelfde bloeiwijze gemengd 4

3c. Bloemen éénslachtig en tweehuizig; in elk aartje 2 tot 4 bloemen,

die vrij ver van elkaar staan; het bovenste kelkkafje met een lange

naald; asje behaard, evenals de kafjes der vrl. bloemen, tusschen de

afzonderlijke bloemen met eene geleding; bloeiwijze een wijde pluim;

vrucht door de kafjes ingesloten; groote hooge halmen

Gynerium. Pijlgras.

4a. Bladeren met een duidelijke geleding tusschen bladschijf en

bladscheede, op deze geleding breekt het blad af; halmen forsch,

van onderen houtig, van duidelijke knoopen voorzien 5

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 259 / 793 题