3a. Mannelijke aartjes in een groote pluim aan het eind van den
stengel; vrl. aartjes dicht gedrongen in meerdere rijen tot een
kolf vereenigd, zijdelings aan den stengel staande, omgeven door
een scheede, waarbuiten de lange stijlen der vrl. bloemen in een
bos uitsteken Zea.
3b. Bloemen tweeslachtig of indien ze éénslachtig zijn, dan òf in
hetzelfde aartje òf in dezelfde bloeiwijze gemengd 4
3c. Bloemen éénslachtig en tweehuizig; in elk aartje 2 tot 4 bloemen,
die vrij ver van elkaar staan; het bovenste kelkkafje met een lange
naald; asje behaard, evenals de kafjes der vrl. bloemen, tusschen de
afzonderlijke bloemen met eene geleding; bloeiwijze een wijde pluim;
vrucht door de kafjes ingesloten; groote hooge halmen
Gynerium. Pijlgras.
4a. Bladeren met een duidelijke geleding tusschen bladschijf en
bladscheede, op deze geleding breekt het blad af; halmen forsch,
van onderen houtig, van duidelijke knoopen voorzien 5