137. Rutaceae.

Bloemen 5-4-tallig, tweeslachtig, zelden éénslachtig, regelmatig of

zygomorf; schijf ring- of kussenvormig, soms bekervormig; meeldraden

evenveel of tweemaal zooveel als bloembladeren, soms wat minder, zelden

talrijk; vruchtbeginsel bovenstandig, meerhokkig soms 5-3, die een

weinig met elkaar vergroeid zijn, met 2 tot vele zaadknoppen; meest

boomen en heesters met verspreide of tegenoverstaande enkelvoudige

of samengestelde bladeren.

1a. Kelkbladeren 5, zeer ongelijk van grootte, de beide

buitenste het grootst en daarvan één veel grooter dan de

bloemkroon en deze en de rest van de kelk omhullend. Bloemkroon

zijdelings-symmetrisch-sympetaal. Vruchtbare meeldraden 2. Vrucht in

5-1 tweezadige nootjes uiteenvallend Monniera.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 482 / 793 题