210. Cactaceae.

Bloemen tweeslachtig, regelmatig, soms wat zygomorf; met vaak lange

buisvormige bloemas; kelk- en kroonbladeren talrijk, niet duidelijk

van elkaar te onderscheiden; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel

onderstandig, met één stijl en 4-8 wandstandige zaadlijsten; vrucht

een bes met vele zaden; meest vleezige planten, zelden met vlakke of

cylindrische bladeren; in den regel met een vleezige stam met ribben en

kussenvormige bladdragende spruiten; de bladeren zelf vroeg afvallend,

of als dorens gevormd.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 600 / 793 题