23b. Planten niet klimmend 24

24a. Bloemen zeer groot, meer dan 4 c.M. lang, 6-tallig;

alleenstaand. Epiphyten met groote doosvruchten; zaden gevleugeld

Hillia.

24b. Bloemen veel kleiner, hoogstens 1 c.M. groot, niet

6-tallig. Planten niet epiphytisch levend 25

25a. Kleine kruiden met kleine korte witte bloemen. Kelk 4-tandig

blijvend. Bloemen gesteeld in groepen of kleine bloeiwijzen in de

bladoksels. Doosvrucht Oldenlandia.

25b. Kruiden met een vrij lange buisvormige en 5-tallige

bloemkroon. Kelk met 5 slippen. Bloemen vaak in dichte groepen staand

Sipanea.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 747 / 793 题