24a. Bloemen zeer groot, meer dan 4 c.M. lang, 6-tallig;
alleenstaand. Epiphyten met groote doosvruchten; zaden gevleugeld
Hillia.
24b. Bloemen veel kleiner, hoogstens 1 c.M. groot, niet
6-tallig. Planten niet epiphytisch levend 25
25a. Kleine kruiden met kleine korte witte bloemen. Kelk 4-tandig
blijvend. Bloemen gesteeld in groepen of kleine bloeiwijzen in de
bladoksels. Doosvrucht Oldenlandia.
25b. Kruiden met een vrij lange buisvormige en 5-tallige
bloemkroon. Kelk met 5 slippen. Bloemen vaak in dichte groepen staand
Sipanea.