16. Butomaceae.

Bloemen tweeslachtig, meest met kelk en bloemkroon, regelmatig,

3-tallig; kelkbladeren 3, kroonbladeren 3; meeldraden 9 tot vele, in

het laatste geval de buitenste zonder stuifmeel; vruchtbeginsels 6 tot

vele, vaak aan de basis vereenigd, met vele zaadknoppen, kokervruchten;

moeras- of drijvende waterplanten bijna steeds met melksap.

Bladeren in het water ondergedoken of op het water drijvend, eirond;

bloemen tot 8 c.M. groot, lichtgeel; meeldraden ± 20; vruchtbeginsels 6

Hydrocleis.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 255 / 793 题