Bloemen met een 6-tallig, vergroeidbladig bloemdek, tweeslachtig,
bijna regelmatig of zygomorf; meeldraden 6, 3 of 1, in de buis van
het bloemdek ingehecht; vruchtbeginsel bovenstandig, met 1 stijl,
3-hokkig met vele zaadknoppen of éénhokkig met slechts één zaadknop;
vrucht een doosvrucht of niet-openspringend; waterplanten met een
aarvormige bloeiwijze.
1a. Bladsteelen aan de basis sterk opgezwollen, met lucht gevuld;
bladeren in rosetten; bloemen in een staande tros zygomorf, groot,
violet, het bovenste kroonblad met een gele vlek Eichhornia crassipes.