22. Cyclanthaceae.

Mannelijke en vrouwelijke bloemen regelmatig verdeeld over de

oppervlakte van een sappige onvertakte kolf, die door 2-6 later

afvallende scheeden omhuld is; mannelijke bloemen naakt of met

een dik, kort-getand bloemdek en 6 tot vele meeldraden; vrouwelijke

bloemen naakt of met 4 schubvormige blaadjes; voor elk ervan staat een

draadvormig staminodium; vruchtbeginsel 1, met 2 of 4 zaadlijsten en

vele zaadknoppen, in de kolf verborgen; vrucht een bes met vele zaden;

planten met korte stammen of geheel kruidachtig, soms epiphyten;

bladeren op palmbladeren gelijkend.

1a. Bladeren aan den top ingesneden, tweespletig tot

twee-deelig. Bloemdek van de mnl. bloemen met 4 korte bladachtige

slippen; bloemdek van de vrl. bloemen weinig buiten de oppervlakte

van de kolf uitstekend Carludovica.

1b. Bladeren niet ingesneden, lancetvormig. Bloemdek der mnl. bloemen

rudimentair, uit een korte ring bestaande; dat der vrl. bloemen met

lange bloemdekslippen, die buiten de oppervlakte van de kolf uitsteken

Ludovia.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 287 / 793 题