Bloemen met kelk en bloemkroon of zonder bloemkroon; vijf-, zelden
4-tallig; met 10 of 8 meeldraden, zelden met 5, (of 4) meeldraden,
meest tweeslachtig; vruchtbeginsel bovenstandig, éénhokkig met 5-2
stijlen, en 1 tot vele zaadknoppen; vrucht een doosvrucht of een bes;
kruiden of half heesters met ongedeelde, smalle, tegenoverstaande
zelden verspreide bladeren, soms met steunbladeren.
1a. Kruiden met tegenoverstaande, bijna cirkelronde blaadjes;
bloemen met 5 kelkbladeren, 5 aan den top ingesneden bloembladeren,
5 meeldraden en vruchtbeginsel met zittende stempels Drymaria.
1b. Kruiden met bijna naaldvormige bladeren in kransen. Kelkbladeren
5, vliezig, wit, behaard. Bloembladeren aan den top niet
ingesneden. Meeldraden 5. Bloemen in eindelingsche meest dichtgedrongen
bijschermen Polycarpaea.