142. Trigoniaceae.

Bloemen typisch 5-tallig, 2-slachtig, scheef-zygomorf; kelkbladeren aan

de basis vergroeid; bloembladeren 5-3, vaak zeer ongelijk; meeldraden

5, 6 of 10 (11-12); aan de basis min of meer vergroeid; vruchtbeginsel

3-hokkig met 2 tot vele zaadknoppen; vrucht een doosvrucht; houtige

planten, vaak klimmend met verspreide of tegenoverstaande bladeren;

steunbladeren aanwezig of ontbrekend.

Kelkbladeren 5, aan den voet wat vergroeid, de 2 binnenste

wat grooter. Bloembladeren 5, het achterste grooter en met

een spoor of knobbel aan den voet. Meeldraden 10, aan de

basis tot een gespleten buis vergroeid, 6 met helmknoppen,

de overige zonder helmknoppen. Tegenover het groote bloemblad

staan 2 klieren. Vruchtbeginsel 3-hokkig; vrucht een 3-kleppige

doosvrucht. Klimmende heesters met tegenoverstaande bladeren Trigonia.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 498 / 793 题