67b. Meeldraden 5 69

68a. Bloemen hoogstens 1 c.M. groot, vruchtbeginsel 2-hokkig met 2

of 4 zaadknoppen; vrucht besachtig met een 4-hokkige steen

253. Verbenaceae.

68b. Bloemen veel grooter, vruchtbeginsel 1- of 2-hokkig met vele

zaadknoppen. Vrucht een doosvrucht 258. Bignoniaceae.

69a. Bloemkroon trechtervormig, groot. Meeldraden in de buis

vastzittend. Klimplanten of lianen 249. Convolvulaceae.

69b. Bloemkroon losbladig; de bloembladen aan den nagel kapvormig;

meeldraden met eenige staminodiën tot een buis vergroeid. Bloeiwijzen

uit de stammen te voorschijn komend 178. Sterculiaceae.

69c. Bloembladen aan den nagel niet kapvormig; bloeiwijzen aan het

eind van de takken. Groote boomen 177. Bombacaceae.

70a. Kelk losbladig. Bloemen groot, geel, de meeldraden aan de eene

zijde van de bloem korter dan aan de andere zijde, zoodat de bloem

een weinig zygomorf is. Vrucht met 3 dubbele kleppen openspringend

195. Cochlospermaceae.

70b. Kelk vergroeidbladig. Bloemen regelmatig; vruchtbeginsel en

vrucht 5- tot 10-hokkig 177. Bombacaceae.

71a. Bloemen in hoofdjes en door een gemeenschappelijk omwindsel

omgeven. Vruchtbeginsel onderstandig 280. Compositae.

71b. Bloemen niet in hoofdjes of, als ze in hoofdjes staan, niet door

een gemeenschappelijk omwindsel omgeven 72

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 56 / 793 题