68a. Bloemen hoogstens 1 c.M. groot, vruchtbeginsel 2-hokkig met 2
of 4 zaadknoppen; vrucht besachtig met een 4-hokkige steen
253. Verbenaceae.
68b. Bloemen veel grooter, vruchtbeginsel 1- of 2-hokkig met vele
zaadknoppen. Vrucht een doosvrucht 258. Bignoniaceae.
69a. Bloemkroon trechtervormig, groot. Meeldraden in de buis
vastzittend. Klimplanten of lianen 249. Convolvulaceae.
69b. Bloemkroon losbladig; de bloembladen aan den nagel kapvormig;
meeldraden met eenige staminodiën tot een buis vergroeid. Bloeiwijzen
uit de stammen te voorschijn komend 178. Sterculiaceae.
69c. Bloembladen aan den nagel niet kapvormig; bloeiwijzen aan het
eind van de takken. Groote boomen 177. Bombacaceae.
70a. Kelk losbladig. Bloemen groot, geel, de meeldraden aan de eene
zijde van de bloem korter dan aan de andere zijde, zoodat de bloem
een weinig zygomorf is. Vrucht met 3 dubbele kleppen openspringend
195. Cochlospermaceae.
70b. Kelk vergroeidbladig. Bloemen regelmatig; vruchtbeginsel en
vrucht 5- tot 10-hokkig 177. Bombacaceae.
71a. Bloemen in hoofdjes en door een gemeenschappelijk omwindsel
omgeven. Vruchtbeginsel onderstandig 280. Compositae.
71b. Bloemen niet in hoofdjes of, als ze in hoofdjes staan, niet door
een gemeenschappelijk omwindsel omgeven 72