115. Crassulaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon, 3-30-tallig; meeldraden evenveel of

dubbel zooveel als bloembladeren; meest tweeslachtig; regelmatig;

bloembladeren vrij of vergroeid; vruchtbeginsels één of meerdere,

meest vrij van elkaar, 1-hokkig met vele zaadknoppen; vrucht meest

een kokervrucht; planten vleezig, meest kruidachtig, soms een weinig

houtig; bladeren zonder steunbladeren.

Groote kruiden, aan de basis wat houtig, met vleezige stengels

en bladeren; aan den rand der bladeren komen vaak jonge plantjes

te voorschijn. Bloemen 4-tallig. Bloemkroon lang-buisvormig met 8

meeldraden op de buis ingehecht Bryophyllum. Wonderblad.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 430 / 793 题